Liesbeth in 't Hout: student centraal bij AMFI

Wils van de Ven  zondag 22 februari 2009

Het onderwijs bij het AMFI (Amsterdam Fashion Institute) wordt zo ingericht dat individueel talent zich optimaal kan ontplooien. Directeur Liesbeth in ’t Hout over het terugbrengen van aantallen studenten, textielkennis, het digitale stuk, internationale bewegingen en styling. ‘Styling is heel belangrijk maar de term gebruiken we liever niet’.

Op de rand naar Amsterdam-Oost, nabij de Wibautstraat, bevindt zich één van Nederlands belangrijkste mode-instituten: het AMFI. In dit voormalige hoofdkantoor van de Amstel-brouwerij worden dagelijks 1200 studenten opgeleid voor de mode-industrie. Met drie afstudeerkeuzes: Fashion & Branding, Fashion & Design en Fashion & Management. Studenten worden voor uiteenlopende functies opgeleid: van ontwerper tot productiemanager.


het breilokaal

Aandacht voor talent
Liesbeth in ‘t Hout werkt al 17 jaar in het creatieve onderwijs; waaronder 7 jaar als directeur bij de Design Academy in Eindhoven en nu drie jaar in dezelfde functie bij het AMFI. Welke veranderingen voert zij in? En waarom? ‘Het onderwijs bij het AMFI was te onsamenhangend. Ook werden de studenten te weinig gemonitord wat noodzakelijk is om werkelijk talent naar boven te krijgen. Centraal binnen de herstructurering staat de cyclus van het creatieve denken, onafhankelijk van welke richting een student uiteindelijk kiest. Ook moet de student zijn/haar eigen talent leren herkennen en gebruiken.’

Gebieden en vormen
‘Het leersysteem dat wordt geïmplementeerd kent zes leergebieden: Oriënteren, Beslissen, Realiseren, Presenteren, Evalueren en Organiseren. Onder deze hoofdtermen kunnen allerlei aspecten uit studieopdrachten en binnen het leertraject worden ondergebracht. De onderwijsvormen zijn divers maar door de hele studie gelijk: workshops, toolshops, theoretical backbone (een lezingenprogramma met als ijkpunten de industrie en culturele inbedding).


de afstudeercollectie van Fashion & Design-student Sofie Sleumer

Actief in uitwisseling
De opleiding bij het AMFI duurt vier jaar, met een tweejarig basisprogramma en daarna een flexibel programma waarin zijn opgenomen: een minor, een specialisatie en een stage (ook in het buitenland, op het gebied van communicatie, productie en/of design) en het examen. Het instituut is actief met uiteenlopende activiteiten zoals de alumnivereniging, de collectie Individuals, de statement store aan het Spui, het symposium Beyond Green en een eigen magazine. Ook bij externe initiatieven is het AMFI betrokken, zoals bij de Fashion Incubator en het nieuwe kenniscentrum ASIFF voor duurzame mode. Uitwisseling heeft In ’t Hout ook intern hoog in het vaandel.  


expositie eindexamenevent Fashion Transit '08 (beeld: Mark Sassen)

De mode van morgen
‘De eenheid die de school zelf vormt is cruciaal. Het is van groot belang dat studenten elkaar leren kennen, vooral het talent van de ander. Kon een student voorheen vier jaar lang langs een medestudent heen lopen, nu werken studenten van de verschillende afstudeerrichtingen tijdens de opleiding zeker een aantal malen met elkaar samen. Uit álle studierichtingen, want samen zijn zij de mode van morgen. Projectleider, mode- of dessinontwerper, forecaster, communicatiemanager – met elkaar vormen ze de industrie. Ook internationaal – vandaar dat er ook Engelstalige programma’s zijn.‘


Styling te veelduidig
Styling wordt niet onderwezen als afzonderlijke discipline. Sterker nog, de term wordt zelfs vermeden. In ’t Hout: ‘Als je 25 vakkrachten bij elkaar zet komen er 25 verschillende visies op of omschrijvingen van styling op tafel. Bijvoorbeeld alleen al het verschil tussen modestyling voor media en ontwerpstylisten in industriële mode. Styling is te veelduidig.’ Maar styling is toch een volwaardige, creatieve discipline?

? Liesbeth in 't Hout

Goed ontwerper, goede stylist
In ‘t Hout: ‘Binnen de realiteit van het onderwijs is het zeker een belangrijk onderdeel. Voor shows, voor het magazine, voor de totaalpresentaties van projecten. Binnen het studieprofiel Fashion Future neemt prognosestyling een belangrijke rol in. En binnen de discipline Design spelen heel wat stylingachtige aspecten. Ik ben ervan overtuigd dat goed ontwerptalent ook goed is in styling. Heel wat ontwerpers die bij het AMFI zijn afgestudeerd werken in de praktijk als stylist.’


expositie eindexamenevent Fashion Transit '07 (beeld: Mark Sassen)

Techniek en creativiteit
Technologische ontwikkelingen en technische kennis zijn van groot belang om binnen de internationale mode te kunnen werken. In Nederland lijken ze echter op de achtergrond te zijn geraakt. In ’t Hout: ‘Op mondiaal niveau zie je een tweedeling: de opleidingen in de meeste landen zijn vooral gericht op techniek - bijvoorbeeld China en India - en een klein aantal landen is vooral gericht op creativiteit, zoals in Nederland. De Engelse modeopleidingen zijn een uitzondering; daar zijn techniek en creativiteit behoorlijk in balans.’

Methoden voor interesse
Hoe is dat binnen het AMFI? In ’t Hout: ‘AMFI is in Nederland het enige instituut dat zowel de creatieve en technische als de commerciële en communicatieve kant van de mode in haar opleiding aanbiedt. Wel is het nodig om studenten te blijven interesseren in de technische aspecten van de mode. Daarvoor hebben wij nieuwe onderwijsmethoden moeten vinden.’


onderwijsprogramma 'Magazines' - afdeling Fashion & Branding

Van kennis naar keuze
Er is bij AMFI nog een aantal docenten dat expert is op het gebied van productie en textiel. Door het wegvallen van de productie in Nederland worden hierin nauwelijks meer docenten opgeleid. ‘De realiteit van mondiale productie dwingt ons studenten met een gedegen kennis van zaken uit te rusten. De theorie wordt nu vanaf het eerste jaar gedoceerd op een verweven manier zodat kennis beklijft. Het is noodzakelijk dat álle studenten deze kennis hebben om bijvoorbeeld als ontwerper de juiste keuzes te kunnen maken of als productiemanager vanuit Nederland de productie te kunnen aansturen.’

Internationale bewegingen
Het AMFI haalt de benodigde kennis binnen bij andere opleidingsinstituten (zoals Saxion - de technische textielopleiding) en buitenlandse opleidingen of bedrijven. Ook maakt het instituut deel uit van IFFTI, the International Foundation of Fashion Technology Insitutes. ‘Het is interessant en belangrijk globale bewegingen te volgen. China, nu nog voornamelijk een productieland, wil uiteindelijk ook zijn eigen ontwerpers...’


students at work (beeld: Mark Sassen)

Positie versterken
Internationale uitwisseling – in kennis maar ook door middel van stages – is volgens In ’t Hout cruciaal voor de industrie. ‘Momenteel heeft Turkije mijn aandacht; de techniek is uitstekend en wordt hooggewaardeerd, maar Turkse ontwerpers zijn gefrustreerd omdat zij niet voor vol worden aangezien. Dat heeft met cultuur en historie te maken. Mogelijk dat het AMFI met kennisuitwisseling en –training de positie van deze ontwerpers kan versterken.’

Vroeger digitaal
Om de AMFI-student marktklaar te maken gaat al in het tweede jaar veel aandacht uit naar training in digitale technieken. ‘De student moet zowel handmatig kunnen werken als met computerprogramma’s – ook weer noodzakelijk binnen deze internationale industrie. Je mailt nu je ontwerp, technische tekeningen en kleurenplan naar Azië waar het wordt geproduceerd. De student moet dat dus kunnen.’


het lesgebouw (beeld: Mark Sassen)

Focus op minder
De instroom van studenten in het eerste jaar is met 100 verminderd naar 350 per jaar. Dit is mogelijk door ‘een grondige intakeprocedure’ waarbij aankomende studenten worden geadviseerd om de studie bij AMFI al of niet te volgen. Het totale studentenaantal is nu ruim 1200. ‘Met dit aantal zijn we nog steeds een mammoet in het modeonderwijs, maar het iets lager aantal geeft net díe extra ruimte om de unieke talenten van elke student – door docenten en de student zelf – te ontwikkelen. De focus op dat individueel talent staat nu centraal.’