Herenkleding: op maat en overdressed

Erica Pach  maandag 08 juni 2009

Een buik krijgt meer stof. Revers naar smaak. Een mannelijk gelaagde borstpartij. En vooral een broek die past om die Hollandse fietsbenen. Voor de zakenman die de confectie wil omzeilen: maatkleding. Kleermaker Cees Janssens vertelt over zijn vak en mannelijkheid op maat. En wat betreft shirt en stropdas: overdress! Downdressen doe je immers in tien seconden…

Herenconfectie gaat uit van standaardmaten. Maar bijna geen man heeft die. Plooien bij de schouders geven aan dat een colbert te ruim is of dat iemand hangende schouders heeft. Te strak onder de armen, met de naden op barsten geeft aan dat het jasje te krap is. Spanning rond het middel; de drager kan zijn buik niet kwijt in het colbert. Een broek die trekt bij het kruis duidt veelal op te krappe voorbenen. Niemand is gemiddeld. Confectie levert daarom menig benauwd gezicht op in zweterige pashokjes.


Pasruimte bij de kleermaker
weg met zweterig gehannes in benauwde pashokjes

Speciaal poldermodel
Het mannenlichaam kent nogal wat variatie en de Nederlandse variant loopt vast in  internationale confectie. Engelse broeken zijn te wijd. De Duitsers hebben te ronde heupen. En de Italiaanse mannenbroek zit te strak voor de gespierde Hollandse mannenbenen, gewend aan een flink potje trappen op de fiets. Kortom - het lichaam van de Nederlandse man vraagt om een speciaal ontworpen model. Om over het jasje nog maar te zwijgen.

Mannelijkheid op maat
Cees Janssens werkt als kleermaker bij de herenmodezaken van New Tailor, met vestigingen in Amsterdam en Utrecht. Als coupeur vindt hij met name de constructie van mannenkleding interessant. ‘Bij vrouwen gaat het veel meer om creatie, om mode. Als kleermaker volg ik bij mannen vooral hun lichaamsvormen, zodat jasje en broek mooi over het lichaam vallen’. Wat voorbeelden van die mannelijkheid op maat volgen.

James Veenhof in New Tailor Boris Veldhuizen van Zanten in New Tailor
respectievelijk James Veenhof (voormailig AIFW-directeur) en
Boris Veldhuizen van Zanten (vernieuwend ondernemer) in a classic modern look
(fotografie: Maarten Noordijk)

Gemodelleerde borstpartij
‘Heeft iemand een vlakke borst dan krijgt het jasje minder ronding dan bij een volle borst. Bij een colbert moduleer ik twee tot drie lagen, met een extra laag voor meer ‘mannelijkheid’ rond de borstpartij. Iemand met een ronde rug krijgt een aangepaste kraag. Als dat allemaal in orde is, volgt pas de creatie.’

Van militaire jas tot colbert
Het bedrijf laat de kleding meestal wel in Engeland of Italië maken. Wij bepalen het patroon en regelen de stof en fournituren en  het pak wordt op maat gemaakt. ‘Wist je trouwens dat het mannenjasje geënt is op de militaire jas? Die waren hoog geknoopt, tot aan de adamsappel. Voor meer luchtigheid hebben ze op een gegeven moment die bovenste knoopjes open gelaten. Zo ontstonden de revers’, vertelt Janssens. 

Klassieke meet- en snijtechnieken
moderne maatkleding op klassieke leest geschoeid

65 verschillende kragen
Voor de overhemden heeft de klant keuze uit 65 kragen, want geen hals is dezelfde. Een lange hals: een hogere kraag. En vooral geen ‘widespread’ voor een korte, dikke nek, dat accentueert alleen maar. Lange punten, korte kragen, van de Windsor-boord en de Kent-collar tot de Colonie en Lord Piccadilly. Voor elke man een kraag passend bij de nek en gezichtsvorm.

Overdress! Downdressen is zo gebeurd!150 jaar oud
Het zakelijk mannenpak in zijn huidige vorm bestaat zo’n 150 jaar. Het kostuum verandert slechts in details: de breedte van revers, de grootte van de schoudervulling, de broekwijdte, enzovoorts. ‘De schoudervulling is klein op dit moment’, vertelt Janssens. De mode in hemden is momenteel met coupenaden op de rug, zodat de extra ruimte in de rug wordt ingenomen. Tot zijn schrik zie je ook steeds meer coupenaden op de buik. ‘Laten vooral jongens van zestien die dragen. Geen oudere mannen alsjeblieft!’

60 uur voor een maatpak
Een pak opbouwen vanaf de snijtafel komt bij Janssens slechts vier tot vijf keer per jaar voor. Het is namelijk erg duur: ‘Het kost mij zeker 60 uur. Toch zijn er mensen die het doen. Gewoon, omdat ze het een leuk idee vinden om een echt kleermakerspak te dragen. En ik kan me dan natuurlijk helemaal uitleven’. Janssens’ gezicht straalt van enthousiasme.  

Under- en overdressed
Vóór de zestiger jaren van de vorige eeuw was het allemaal duidelijk. Een kantoorman droeg een pak. Een effen pak met overhemd en das. In het overhemd óf de das zat eventueel een dessin; in beide was te wild. Tegenwoordig is dat anders. In de UK maken ze het soms nog bonter, met drie dessins! Volgens de tendens kun je je in kantooromgeving nu beter over- dan underdressen. En voel je je toch te uitbundig? Dan doe je das óf jas weg, nooit beide. Da’s toch te casual voor de klassieke zakenwereld.  Een goed pak neutraliseert en zorgt dat de inhoud belangrijker wordt.

Pochet wel, mode niet
Stans van Barlingen – vormt met Janssens samen het verkoopteam. Zij is van mening dat veel TV-stylisten de mannen vaak slecht stylen. ‘Mediastylisten denken op een vrouwenmanier; het is veel te modieus allemaal. Als de omgeving van een zakenman een pochet draagt, dan geef je zo’n man een pochet. Mode is hier helemaal niet aan de orde.’ 

Rood, met stipjes, effen - accessoires maken het af
een jasje, een dasje - voor elke gelegenheid en bui

Geschoren de arena in
Last but not least. Goed ondergoed! Onzichtbaarheid verplicht, dus zeker geen boxershort onder een broek in dunne stof. En ook een No-No zijn grote transpiratievlekken onder de oksels: T-shirt met korte mouwen zijn de oplossing. Of de oksels scheren, voor steeds meer mannen een uitkomst. En al deze maatregelen dragen er zorg voor dat de moderne, klassieke zakenman fris, fruitig en op maat gesneden de zakelijke arena kan betreden.

Beeld: New Tailor